Eerste Kamer kritisch over aanpassen youngtimerregeling
Geplaatst door Perry Snijders
De Tweede Kamer wil de youngtimerregeling aanpassen, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. De Eerste Kamer is behoorlijk kritisch over het plan.
Nadat de Tweede Kamer plotseling besloot de youngtimerregeling op zeer korte termijn ingrijpend te wijzigen, volgde er breed verzet vanuit de branche en van zakelijke youngtimerrijders. Ook spraken ruim dertig youngtimerbedrijven de Eerste Kamer aan in een paginagrote advertentie in het FD. Immers, de Eerste Kamer moet nog een besluit nemen over de aangepaste youngtimerregeling, waarin de leeftijdsgrens voor zakelijke youngtimers in twee stappen wordt verhoogd van 15 naar 25 jaar.
De Eerste Kamer stemt daarover op 15 of 16 december, maar heeft in de aanloop daar naar toe behoorlijk wat kritische vragen gesteld aan de regering. Die vragen komen van BBB, VVD en curieus genoeg ook van de ChristenUnie. Dat laatste is opmerkelijk, omdat het initiële voorstel om de youngtimerregeling uit te kleden óók van de ChristenUnie kwam, namelijk van Tweede Kamerlid Pieter Grinwis. De fracties van CDA en JA21 hebben zich aangesloten bij de vragen van BBB.
Kloppen de cijfers?
Allereerst zijn er vraagtekens bij de cijfers. Zo vraagt BBB of de regering aan kan geven wat de cijfermatige onderbouwing is van de gebudgetteerde opbrengsten. De aanpassing van de youngtimerregeling zou jaarlijks 54 miljoen euro opleveren, maar de partij heeft daar vraagtekens bij en vraagt bovendien om een specificatie van het aantal auto’s dat in de youngtimerregeling valt, inclusief cataloguswaarde en marktwaarde. Ook de ChristenUnie vraagt naar het aantal zakelijke youngtimers en verwijst daarbij ook naar de gemiddelde cataloguswaarde, die volgens de Stichting Autobelangen ruim 78 duizend euro zou zijn. Dat is nogal een ander getal dan de gemiddelde cataloguswaarde van ongeveer 30 duizend euro, die staatssecretaris Heijnen (Financiën) vorige week noemde.
Moeten de cijfers niet eerst geanalyseerd worden?
BBB noemt de mogelijkheid dat de daadwerkelijke opbrengsten sterk afwijken van de gebudgetteerde opbrengsten en vraagt zich daarom af of er niet eerst een goede financiële analyse moet plaatsvinden, waarin ook de negatieve gedragseffecten en economische schade voor bedrijven worden meegewogen.
Wat zijn de gevolgen voor de bedrijfstak?
De Eerste Kamerleden zijn ook benieuwd of er overleg is geweest met vertegenwoordigers van eigenaren van youngtimers en de youngtimerbranche. Als dat er al geweest is, vragen ze zich af, met wie dan en wat was de uitkomst daarvan?
BBB vraagt zich af of de regering van de autobranche een indicatie heeft ontvangen van de impact die de vernieuwde youngtimerregeling heeft op de markt- en voorraadwaarde van de auto’s die youngtimerspecialisten op voorraad hebben en of de afwaardering daarvan is meegenomen in de berekening van de opbrengsten. Ook de VVD, traditioneel de ondernemerspartij, wil weten wat de gevolgen voor de sector zijn.
Waarom is er geen overgangsregeling?
De VVD maakt zich met name druk over het ontbreken van een overgangsregeling. De partij vraagt of de regering bereid is de huidige regeling te behouden voor voertuigen die al zijn aangeschaft, maar is ook benieuwd waarom niet gekozen is voor een gefaseerde afbouw, bijvoorbeeld tot 2030.
Waarom moet het zo overhaast?
De regering schreef eerder dat er ‘wegens tijdgebrek’ geen overgangsregeling kan worden getroffen. BBB vraagt in reactie daarop waarom de nieuwe leeftijdsgrens niet simpelweg een jaar later wordt ingevoerd. Dan kan er worden nagedacht over een manier waarop ‘de regeling geleidelijk kan worden uitgefaseerd’.
Is het juridisch houdbaar?
De Eerste Kamerfracties vragen zich om diverse redenen af of de aanpassing van de youngtimerregeling juridisch standhoudt. Een van die redenen is het ontbreken van overgangsrecht. Een andere reden is dat de financiële gevolgen niet goed genoeg uitgewerkt zouden zijn, terwijl dit wel verplicht is, inclusief een onderscheid voor de staat en voor andere maatschappelijke sectoren.
Mag het redelijker?
De uitsmijter komt van de ChristenUnie. Die fractie vraagt of de regering mogelijkheden ziet om ‘de youngtimerregeling op een redelijke wijze te versoberen’. Daarbij heeft de partij zelfs een idee, namelijk een verhoging van het bijtellingspercentage, het bevriezen van de youngtimerregeling op een vast jaartal (‘bijvoorbeeld 2011’) plus het invoeren van een ‘EV-timerregeling’, waarbij de fiscale bijtelling voor gebruikte elektrische auto’s naar beneden gaat.
De hoeveelheid vragen van de Eerste Kamer is op zijn minst opvallend te noemen. De schriftelijke vragen over het complete Belastingplan 2026 nemen in totaal net geen acht kantjes in beslag. Twee volle pagina’s daarvan gaan over de herziene youngtimerregeling. Dat geeft in ieder geval aan dat de strijd nog niet gestreden is.