Week van de waarheid voor zakelijke youngtimer
Geplaatst door Perry Snijders
Deze week wordt duidelijk of de Eerste Kamer akkoord gaat met de aanpassing van de youngtimerregeling. Als dat zo is, wordt de regeling al vanaf 1 januari aanstaande ingrijpend veranderd.
Eind november besloot de Tweede Kamer plotseling om de youngtimerregeling te veranderen. De fiscale bijtelling voor zakelijke auto’s van vijftien jaar en ouder wordt tot nu toe berekend over de dagwaarde, maar die leeftijdsgrens moet volgens de Tweede Kamer omhoog: vanaf 1 januari aanstaande (over twee weken dus) naar zestien jaar en een jaar later zelfs naar 25 jaar. Omdat er geen overgangsregeling is voor bestaande gevallen, heeft dit grote impact op de kosten voor de berijders. De youngtimerbranche spreekt van een overval.
Schattingen en ramingen
De Eerste Kamer was ongekend kritisch over de plannen van de Tweede Kamer: meer dan een kwart van de vragen bij het Belastingplan 2026 ging over de youngtimerregeling. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Financiën een (schriftelijk) antwoord op die vragen gegeven. De staatssecretaris veegt de cijfers van Stichting Autobelangen van tafel, maar stelt daar geen duidelijke of controleerbare cijfers tegenover. Wouter van Embden van Stichting Autobelangen: “Het is net als zestien jaar geleden, toen de youngtimerregeling afgeschaft dreigde te worden. Het Ministerie van Financiën zou exacte cijfers op kunnen vragen bij de Belastingdienst, maar dat is te veel werk — die cijfers zijn niet snel genoeg beschikbaar. Daarom blijft het nu, net als toen, bij schattingen en ramingen. Zestien jaar geleden zijn die cijfers achteraf alsnog gekomen en blijkt dat Financiën er toen mijlenver naast zat, terwijl wij er behoorlijk dichtbij zaten.”
Gemiddelde catalogusprijs 84.423 euro
Om goed beslagen ten ijs te komen, heeft Van Embden drie taxateurs laten uitzoeken wat de waarde is van de youngtimers die ze de afgelopen jaren hebben getaxeerd. “De cijfers van Financiën gaan uit van een gemiddelde waarde van 5.000 euro en een catalogusprijs van 30.000 euro, omdat dat zo is bij auto’s van dertien of veertien jaar oud,” zegt Van Embden. “Maar dat is natuurlijk complete onzin, want als je een auto van die leeftijd hebt, let je op de catalogusprijs. Als je een youngtimer hebt, let je op de waarde in het economisch verkeer. Als die voor een Volkswagen Golf hetzelfde is als voor een Volvo V70, wat zou jij dan kiezen?”
De taxateurs berekenden op basis van ruim 2.700 taxaties een gemiddelde dagwaarde en een gemiddelde catalogusprijs. Die dagwaarde bedraagt 7.132 euro, terwijl de gemiddelde catalogusprijs 84.423 euro bedraagt.
‘Meer youngtimers dan gedacht’
Volgens Van Embden is ook het aantal zakelijke youngtimers dat door het Ministerie van Financiën genoemd wordt onjuist. “Om te beginnen noemen ze zelf twee verschillende aantallen, namelijk 93 duizend en 80 duizend. Die aantallen zijn schattingen, het zijn ook mooie, ronde getallen. Wat mij nou zo verbaast, is dat er in Nederland negen keer méér zzp’ers zijn dan DGA’s en dat er toch drie keer meer DGA’s een zakelijke youngtimer hebben dan zzp’ers.” Omdat Van Embden de schatting van Financiën niet wilde bestrijden met een andere schatting, heeft hij een steekproef gedaan bij een aantal youngtimerspecialisten. Zij analyseerden hun verkopen van de afgelopen drie jaar. “Bij die bedrijven werden juist veel meer youngtimers verkocht aan zzp’ers dan aan DGA’s,” vertelt Van Embden. “Ze verkochten 29 procent van de zakelijke youngtimers aan DGA’s en 71 procent aan zzp’ers.”
Hij herhaalt nog maar eens zijn drijfveer. “Ik verkoop geen youngtimers en ik heb geen youngtimer. Ik ga volgende week gewoon weer verder met mijn bedrijf, ik heb er zelf geen enkel belang bij. Weet je wat het is? Dit is een fout van de Tweede Kamer, die door de Eerste Kamer hersteld moet worden.”
Staatssecretaris zelf niet enthousiast
Overigens lijkt staatssecretaris Heijnen (Financiën) zelf ook niet erg enthousiast over de aanpassing, valt tussen de regels door te lezen. Op een vraag waarom er geen overgangsregeling is, antwoordt hij onomwonden: Het kabinet heeft er niet voor gekozen om de youngtimerregeling aan te passen en heeft dan ook geen invloed gehad op de vormgeving van de stapsgewijze leeftijdsverhoging.” Op een vraag of er overleg is geweest met de branche of berijders, geeft hij als antwoord: “Dit is niet bekend bij het kabinet en behoorde tot de verantwoordelijkheid van de indieners van het amendement.”
Dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kabinet dan niet zelf een overgangsregeling bedacht heeft, maar daar geeft Heijnen ook direct antwoord op in zijn brief: “Hoewel het kabinet dit amendement heeft ontraden, heeft een meerderheid in de Tweede Kamer ingestemd met het amendement. De wetgever heeft formeel de bevoegdheid om een belastingwijziging kort voor inwerkingtreding hiervan bekend te maken, maar deze late bekendmaking kan spanning veroorzaken met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het zou een grote stap zijn voor het kabinet om, in afwijking van een net door de Tweede Kamer aangenomen amendement, een overgangsregeling te introduceren.”
De Eerste Kamer praat maandag 15 december vanaf 16.00 uur over het Belastingplan 2026 en gaat daar dinsdag mee verder.